Historie

toren in stijgers

 Plannen
De eerste plannen voor een carillon in Beverwijk ontstonden  kort na het beëindigen van de Eerste Wereld oorlog, in 1918. Doch het was de toenmalige directeur van Openbare Werken, de heer ir. L. Stoelinga, die daadwerkelijk de draad oppakte. Met als motief “dat Beverwijk arm aan cultuurmonumenten was”, begon hij in 1955 diverse personen te benaderen. In 1957 had hij een aantal enthousiaste inwoners gevonden en werd in juli 1957 het “Comité voor de oprichting van een carillon in de koepel van de St. Agathakerk” opgericht.
De eerste actie was een verzoek om medewerking aan het college van burgemeester en wethouders. In het bijzonder was burgemeester Bruinsma zeer enthousiast. Namens het college deed hij op 30 juli 1957 de toezegging “dat, behoudens de goedkeuring van de gemeenteraad, zij bereid waren om t.z.t. het beheer en het onderhoud van het carillon over te nemen”. Ook zegde het college toe de kosten van een beiaardier voor zijn rekening nemen alsmede een bijdrage van 10.000 gulden in de stichtingskosten.


Oprichting Vrienden van de Beiaard
Hierdoor konden de plannen verder uitgewerkt worden en werd op 10 augustus 1957 de stichtingsakte gepasseerd. De voorlopige naam werd gewijzigd in “ Stichting Vrienden van de Beiaard”.
Het eerste bestuur bestond uit zeven heren waaronder de heer Stoelinga als voorzitter.
Burgemeester Bruinsma en de president-directeur van de Hoogovens, Ir. A.H. Ingen Housz waren beschermheren. Daarnaast werd een Comité van Aanbeveling gevormd waarin veertig heren van zeer breed samengestelde en uiteenlopende richtingen zitting namen.


Keuze van de locatie
Als locatie voor het carillon werd de lantaarn op het dak van de Sint Agathakerk aan de Breestraat gekozen. De oude en veel hogere Wijkertoren werd niet geschikt geacht. De ligging van de Sint Agathakerk aan de Breestraat was gunstiger, gelet op het winkelende publiek.
Het klokkenspel zou aanvankelijk bestaan uit een drie octaaf carillon, bestaande uit zesendertig klokken. Later bleek, gezien de royale opbrengst van de inzamelacties, een vier octaaf carillon met 49 klokken mogelijk.
De drie luidklokken, die samen met een op de koepel aangebrachte klokkentoren in 1957 door de parochianen van de Sint Agathakerk t.g.v. zijn 40- jarig priesterjubileum aan hun deken Hosman waren geschonken, moesten hiervan ook deel uitmaken


Eigendomsperikelen  
Toch verliep niet alles van een leien dakje. De Gemeenteraad bleek bedenkingen te hebben eigenaar te willen zijn van het carillon. Zij waren bang voor de financiële gevolgen in de toekomst en wilden daarom het beheer en onderhoud bij de Stichting laten. Wel was men bereid een zodanige subsidie te verstrekken dat dit mogelijk was. De Stichting, niet gelukkig met dit terugkomen op eerdere toezeggingen, aanvaardde dit uiteindelijk besluit.  
Omdat de koepel onderdeel uitmaakt van de kerk, werden de eigendomsrechten van het klokkenspel en het recht op toegang naar de speelruimte en de klokken notarieel vastgelegd.

Inzamelacties
In januari 1958 werd gestart met inzamelacties. De giften van particulieren en winkeliers vielen tegen.  Met de spontane giften en schenkingen van bedrijven en overheidsinstanties liep het beter. Wellicht kwam dit doordat bedrijven een klok konden kopen met haar eigen naam erop. Op 23 juli 1958 waren de financiën rond . Zelfs zodanig dat men het oorspronkelijke plan van een 3 octaaf beiaard kon wijzigen in een 4 octaaf beiaard.

mobiele carillon
aankomst van de nieuwe klokken uit de gieterij in Asten


Gieten, monteren en in gebruik name
De keus van het aankopen van het carillon viel op B. Eijsbouts Nederlandse Klokkengieterij N.V. te Asten.
De eerste klok werd op 20 mei 1958 aldaar gegoten, in aanwezigheid van het bestuur van de Stichting en burgemeester Bruinsma.
Op tijd arriveerde het carillon op 7 juli 1958 in Beverwijk en na een paar dagen monteren kon op 1 augustus 1958 het carillon officieel en met veel feestelijkheden in gebruik worden genomen. Met een groot aantal genodigden en toespraken. ’s Avonds werden de inwoners van Beverwijk getrakteerd op een beiaardconcert en kon men meedoen aan een luisterwedstrijd.

Broodnodige revisies
De totstandkoming van het carillon betekende niet dat daarmee het werk af was. In de loop van de jaren bleken regelmatig, om de 10 tot 15 jaar, grote revisies nodig. En moest hiervoor steeds weer een beroep gedaan worden op de goedgeefsheid van burgerij, bedrijfsleven en gemeentebestuur. Dat ging niet altijd makkelijk maar uiteindelijk kwamen toch steeds de benodigde gelden op tafel en bleek het carillon bij velen een warm plekje te hebben.
Grote revisies en veranderingen zijn er geweest, zoals de wijziging van handmatig te maken ( steken) speelboeken naar een aansturing van de klokken door de computer. Later weer gevolgd door het aanbrengen van een carillair waardoor de elektrisch bedienbare en veel onderhoud vergende magneethamers konden vervallen. In 2002 werd de gehele kerk gerenoveerd en daarmee gelijk ook de opbouw boven op de koepel inclusief de daarin aanwezige klokkenophanging. Ook het klavier werd vernieuwd.


Carillon en Sint Agathakerk     
De samenwerking met het bestuur van de Sint Agathakerk is in al de jaren van het bestaan van het carillon uitstekend geweest. Hoewel slechts te gast werd steeds de grootst mogelijke medewerking ondervonden en bij problemen in goed overleg door beide besturen altijd weer oplossingen gevonden.
In 1990 werd het twijfelachtig of het carillon wel altijd op zijn plaats boven de Sint Agathakerk gehandhaafd kon blijven. Geruchten over een mogelijke sluiting en verkoop deden zich voor. Doch gelukkig dreven deze donkere wolken over.  En heeft het carillon nog steeds een goede plek bovenop de koepel.